Detail

Soort bron:Rechterlijk Archief
Inventarisnummer: 16
Folionummer: 3
Inhoud: Gerrit Derks daagt Jan van den Berg om te horen verclaren, dat het den Verweerder geensints betaamt heeft, den Aanlegger op Dinsdag den 29 Sept. 1772 in presentie van geloofwaardige getuigen grovelijk te injurieeren, met tegens hem uijt te varen en diverse malen te seggen Gij bent een schelm en ik heb nooit grooter schelm in huijs gehad, en welke injurien den Verweerder op des Aanleggers successive besendingen van den 3e Oct. 1772 en 28 Junij 1773 niet herroepen maar gestendigt heeft, dat den Verweerder over sulx schuldig is aan den Aanlegger tot eene profitabele amende dieswegens op te leggen en te voldoen de somma van 100 silvere ducatons zijnde den Aanlegger oorbiedig juramento in litem te behouden voor diergelijke summa sodane atroce injurie niet meer te willen lijden, alles echter J.M.S. Vonnis: Het Gericht verstaat, datter voor twee silvere ducatons gedaen is een goede aenspraak en daer tegens een quade tegenweer.



Personen in deze akte:
Gerrit Derks

Jan van den Berg