Detail Rechterlijk archief akte

Detail Rechterlijk archief akte

Soort bron:Rechterlijk Archief
Inventarisnummer: 9
Folionummer: 2
Inhoud: Mr. H. H. Otters pro se & noie uxor [voor zichzelf en zijn echtgenote] daagt Hendrik van den Bergh sich qualificerende als vader en voogt van sijn minderjarige soon Cornelis [van den Bergh], Verweerder, om te horen verclaren, dat het aen den Verweerder niet heeft vrijgestaen op den 26 Sept. 1758 sonder genoegsame redenen oppositie te doen tegens sodane executie en distractie, als den Aenlegger uit cragt van peindinge op de gerede goederen van Jan van Amersfoort, geene gedaene pandheringe[,] aenheringe en inventarisatie stonde te doen en daer door die distractie te verhinderen, en dat over sulx die executie en distractie haren behoorlijken voortganck sal gewinnen. Vonnis: Het Gericht verstaet datter gedaen is een goede aenspraak en daer tegens een quaede tegenweer, ten ware den Verweerder en sijn soon Cornelis binnen ses weken met eede verclaren de getaxeerde goederen in actis vermelt, sonder collusie aen gemelte Cornelis gecedeert, door hem overgenomen en met sijn eijgendommelijke penningen betaalt sijn, datter als dan gedaen is een quaede aenspraak en daer tegens een goede tegenweer. Hendrik van den Bergh legt de eed af voor de Drossaert en Nootschepenen op 02-08-1759, Cornelis van den Bergh wordt meerderjarig in Febr. 1760 en legt dan de eed af op 19-02-1760.



Personen in deze akte:
Hendrik van den Bergh

Jan van Amersfoort

Hendrica Wanders

Cornelis van den Bergh

Wander Oloffs

H.H. Otters

Arent Mulder