Detail Rechterlijk archief akte

Soort bron:Rechterlijk Archief
Inventarisnummer: 1
Folionummer: 28v
Aktedatum:8/11/1788
Inhoud: Baltus Landaal, dragonder in het regiment van Generaal Majoor van Bijland, afkomstig uit het garnizoen te Breda, wordt beschuldigd van het toebrengen van ernstig lichamelijk letsel en vernieling op 14-10-1788. Enige militairen met verlof waren van plan om op de Apeldoornse kermis "disorder" en ruzie met de boeren te maken. Zij hebben, volgens de chirurgijn van de Heerlijkheid, in de herberg van Jochem Reupkes, een ernstige beenwond toegediend aan Lambert Aarts, zoon van de veerman op het Loo. Verder hebben zij het rechter "opperhoofdbeen" van Teunis Logen zwaar verwond en Wouter Lammertzen een houw gegeven langs de neusvleugel door de onderlip. Zij konden niet aangeven wie hen beledigd had. De bezoekers van de herberg vluchtten naar de herberg "de Hollandsche Tuijn" van Hendrick Ketel. Daar hebben de militairen alle ramen met hun geweren ingeslagen en het houtwerk beschadigd. De herbergier heeft vervolgens met zijn snaphaan Albertus Zwitser beschoten met als gevolg een ernstige wond in de buik. Baltus Landaal is schuldig bevonden aan het hakken en houwen in eerstgenoemde herberg en aan het uitdrijven van de daar aanwezige boeren. Daarbij komt dat hij op 27-06-1788 is veroordeeld omdat hij met 8 anderen ernstige schade heeft toegebracht aan het huis van Jan Ketel. De boete van 20 "Heerenponden" of rijksdaalders heeft hij toen niet betaald. Zeger Ritbroek en Jacob Ritbroek hebben in het huis van Jochem Reupkes met het blanke zijd geweer en de blanke zabel vernielingen aangebracht en de ramen in het huis van Ketel helpen inslaan. Jannes Schaap heeft met zijn geweer in het huis van Jochem Reupkes Wouter Lammers een houw in het gezicht gegeven. Vonnis: Het Gerecht overweegt dat sprake is van "ernstige perturbatie van de publieke rust en veiligheid". In deze plaats waar Zijne Hoogheid van tijd tot tijd residentie houdt en waar veel vreemdelingen komen moet de rust en veiligheid "ten sterkste gemainteneert worden". De militairen worden aan hun regimenten overgedragen. Hun misdragingen worden gemeld aan de commandanten in het vertrouwen dat zij een passende straf zullen krijgen en dat zij gedurende drie jaren geen verlofpas naar de Hoge Heerlijkheid zullen ontvangen. De commandanten van de desbetrefffende regimenten wordt verzocht de opgelegde straffen te melden aan de Heren Staten van de provincie volgens het besluit van 22-05-1787.



Personen in deze akte:
Jannes Schaap

Laurens Bouwer

Jochem Reupkes

Witteveen

Lambert Aarts

Albert Zwitser

Jacob Ritbroek

Jacob Ritbroek

Jan Stevens Ritbroek

Teunis Logen

Wouter Lammers

Jochem Reupkes

Wouter Lammertzen [of Lammers]

Hendrik Ketel

Albertus Zwitser

Jan Ketel

Zeger Ritbroek

Jannes Schaap

Zeger Ritbroek

Jannes Schaap

Wouter Lammers

Hendrick Keetel

Egbert Broekhuijs

Hendrick Ketel

Albertus Zwitser

Baltus Landaal

Jochem Reupkes

Laurens Bouwer

Jochem Reupkes